Kraantjeswater of flessenwater?
16 Maart 2026
Vanuit Groen stellen we ons vooral de vraag of het verhogen van een norm een duurzame oplossing is voor de toekomst. 1,2,4-triazool is niet de enige toxische stof in ons drinkwater, en wat doen we met gelijkaardige problemen met toxische stoffen?
Leestijd: 7 min.
Kraantjeswater of flessenwater?
De problematiek rond waterkwaliteit wordt steeds complexer door de aanwezigheid van nieuwe chemische stoffen in het milieu. Wat vroeger vooral ging over klassieke vervuiling, wordt vandaag bemoeilijkt door een groeiend aantal stofsamenstellingen waarvan de effecten niet altijd volledig gekend zijn. Dit stelt zowel waterbedrijven, beleidsmakers als wetenschappers voor grote uitdagingen.
Drinkwaterbedrijven moeten er immers voor zorgen dat het water dat bij de consument terechtkomt veilig is. Tegelijk groeit de bezorgdheid over vreemde stoffen die alsmaar vaker in ons water voorkomen en een impact kunnen hebben op mens en milieu.
Hoe ons drinkwater wordt geproduceerd
Drinkwaterproducenten in Vlaanderen werken doorgaans met twee soorten waterbronnen. De meest zuivere bron is grondwater. Dit water wordt uit diepe lagen in de bodem opgepompt en is van nature relatief goed beschermd tegen vervuiling. Daardoor moet het meestal slechts beperkt gezuiverd worden voordat het geschikt is als drinkwater.
Met enkel grondwater kunnen we ons niet voldoende voorzien van drinkwater. Een tweede bron is dus oppervlaktewater uit grachten, rivieren en kanalen. Dit water wordt opgevangen in grote spaarbekkens voordat het wordt behandeld. Zo is De Blankaart onze grootste watervoorziening in West-Vlaanderen, met een inhoud van maar liefst 3 miljoen kubieke meter water.
Omdat oppervlaktewater veel gevoeliger is voor menselijke activiteiten, vereist het een intensiever zuiveringsproces. In sommige gebieden, zoals in Roeselare, worden meerdere bronnen gecombineerd. Zo wordt drinkwater in de regio Roeselare onder meer gewonnen uit De Gavers, Waarmaarde, Kooigem en St.-Leger.
— Tussenkomst 1,2,4-triazolen in de gemeenteraad (Roeselare) van januari 2025
Drie belangrijke bronnen van vervuiling in De Blankaart
In De Blankaart worden drie grote categorieën van verontreiniging vastgesteld: afvalstoffen uit de landbouw, industriële reststoffen en farmaceutische residuen. Een belangrijke groep stoffen die momenteel veel aandacht krijgt, zijn afbraakproducten zoals 1,2,4-triazool van schimmelbestrijdingsmiddelen die onder meer bij de aardappelteelt worden gebruikt. Het probleem is dat dergelijke stoffen bijzonder moeilijk uit water te verwijderen zijn tijdens het zuiveringsproces.
Mogelijke gezondheidsrisico’s
Deze stoffen (1,2,4-triazool) kunnen relatief gemakkelijk door het menselijk lichaam worden opgenomen. Hoewel ze meestal niet lang in het lichaam blijven, omdat ze vrij snel worden uitgescheiden, kan voortdurende blootstelling ervoor zorgen dat ze toch permanent in het lichaam aanwezig zijn.
De concentraties van deze stoffen in drinkwater liggen momenteel ruim onder de vastgelegde veiligheidsnormen. Toch blijft er bezorgdheid bestaan over mogelijke langetermijneffecten. Sommige van deze stoffen worden in verband gebracht met hormoonverstorende effecten, zoals problemen met de schildklier of veranderingen in lichaamsgewicht. Tot nu toe zijn dergelijke effecten vooral vastgesteld in proefdierstudies. Onderzoek bij mensen is nog beperkt en de resultaten van dierproeven kunnen niet altijd rechtstreeks naar de mens worden vertaald.
Daarnaast speelt vooral het zogenaamde “cocktaileffect” een rol. In werkelijkheid worden mensen namelijk niet blootgesteld aan één enkele stof, maar aan een combinatie van vele verschillende stoffen tegelijk, en dat baart ons zorgen.
Het debat
De discussie over normen bij de stof 1,2,4-triazool kwam recent scherp naar voren door Groen-parlementslid Mieke Schauvliege. De toegelaten norm werd verhoogd van 0,1 microgram per liter naar 1 microgram per liter. Deze nieuwe grens ligt nog steeds onder de veiligheidsgrens van 4,5 microgram per liter, maar is wel tien keer hoger dan de oorspronkelijke richtwaarde van de EU. Ook de waarde van 0,1 microgram per liter werd in De Gavers al meermaals overschreden.
Vanuit Groen stellen we ons vooral de vraag of het verhogen van een norm een duurzame oplossing is voor de toekomst. 1,2,4-triazool is niet de enige toxische stof in ons drinkwater, en wat doen we met gelijkaardige problemen met toxische stoffen in de toekomst? Zullen toekomstige problemen door onze minister ook op deze manier worden opgelost?
Bovendien blijft er een zekere ongerustheid bestaan, ook al zitten we onder de “norm”. Zo wordt voor pasgeboren kinderen nog steeds afgeraden om kraantjeswater te drinken, wat ook vragen oproept over de blootstelling van volwassenen. Ongeruste inwoners in Diksmuide zijn massaal flessenwater gaan inkopen, maar volgens prof. dr. Greet Schoeters zal de kwaliteit van gewoon flessenwater wellicht niet veel verschillen van kraantjeswater.

— Vlaams Parlementslid Mieke Schauvliege
De uitdaging van regelgeving en normen
“De regelgeving rond chemische stoffen heeft het moeilijk om gelijke tred te houden met de snelle ontwikkeling van nieuwe producten. Wereldwijd zijn er inmiddels gigantisch veel chemische stoffen in omloop, terwijl toxicologisch onderzoek naar hun effecten vaak jaren in beslag neemt”, zegt prof. dr. Greet Schoeters.
Enerzijds zijn er technische normen: dit zijn werknormen die drinkwaterbedrijven moeten halen bij de productie van drinkwater. Anderzijds bestaan er veiligheidsnormen, die aangeven welke concentratie van een stof maximaal aanvaardbaar is voor mens en milieu. Een technische norm is vaak gebaseerd op wat technisch haalbaar is en op beleidskeuzes van de overheid. Daardoor kan de toegelaten concentratie soms hoger liggen dan de strikt wetenschappelijke veiligheidsdrempel.
De zuivering van bepaalde triazoolverbindingen is inmiddels bijvoorbeeld even duur geworden als het verwijderen van andere hardnekkige stoffen zoals TFA.
De grenzen van waterzuivering
Waterbedrijven proberen de problematiek aan te pakken. In risicogebieden wordt bijvoorbeeld gebruikgemaakt van actieve koolfiltratie om bepaalde chemische stoffen uit het water te verwijderen. Daarnaast wordt er proactief gezocht naar nieuwe verontreinigingen. Toch zijn er ook technische grenzen. Sommige stoffen zijn zo moeilijk te verwijderen dat zelfs geavanceerde zuiveringsmethodes slechts beperkt effect hebben. De zuivering van bepaalde triazoolverbindingen is inmiddels bijvoorbeeld even duur geworden als het verwijderen van andere hardnekkige stoffen zoals TFA. Daarom benadrukt Tom Diaz van De Watergroep dat betere zuivering alleen niet volstaat, want vroeg of laat krijgen we iets niet meer gezuiverd.
Landbouw en watergebruik
Een belangrijk deel van de vervuiling hangt samen met het huidige landbouwmodel. Vooral de intensieve aardappelteelt speelt een rol, omdat aardappelen bijzonder gevoelig zijn voor schimmelinfecties en daardoor vaak behandeld worden met fungiciden.
Tegelijk wordt steeds vaker de vraag gesteld of dit model op lange termijn houdbaar is, zeker in regio’s met waterschaarste zoals West-Vlaanderen. De bodem bestaat hier grotendeels uit zware kleigrond, waardoor water minder gemakkelijk in de bodem dringt.
Daarnaast staat ook de economische kant onder druk. Boeren krijgen amper een deftige prijs voor hun aardappelen. In de Belgische voorraadschuren ligt dit jaar zelfs maar liefst 860.000 ton aardappelen te wachten op een koper. Dat is 21 procent meer dan het gemiddelde van de voorbije drie jaar dat niet verkocht raakt. Ook rond Roeselare wordt er intensief geteeld. In de beleidsplannen van de huidige regering staat nergens een visieplan dat zorgt voor een toekomstgericht landbouwmodel dat op lange termijn levensvatbaar kan zijn met de huidige economische en ecologische uitdagingen waarvoor we staan.
Oplossingen
Om de waterkwaliteit te beschermen wordt steeds vaker ingezet op samenwerking tussen verschillende sectoren. Waterbedrijven werken samen met landbouwers om vervuiling aan de bron te beperken, bijvoorbeeld door aangepaste landbouwpraktijken of het gebruik van meer ziekte-resistente gewasrassen, vertelt Jan Vandecavey – directeur Provinciale Waterlopen West-Vlaanderen.
Daarnaast pleit prof. dr. Greet Schoeters voor strengere controles bij de erkenning van nieuwe chemische producten en voor meer onderzoek naar hun effecten nog vóór ze op grote schaal worden gebruikt.
Volgens Tom Diaz van De Watergroep ligt de echte oplossing niet in steeds complexere waterzuivering, maar in preventie. Door vervuiling aan de bron te verminderen kan worden voorkomen dat problematische stoffen überhaupt in het water terechtkomen. Of bijvoorbeeld door het aanpakken van zware puntvervuiling, wanneer producten zoals slakkenkorrels in grote hoeveelheden door verkeerd gebruik rechtstreeks in een waterloop belanden.
Dat vraagt een geïntegreerde aanpak waarbij wetenschappelijk onderzoek, regelgeving, landbouwpraktijken en industriële productie op elkaar worden afgestemd.
Vlaams Parlementslid voor Groen, Jeremie Vaneeckhout, meent dat we zonder een toekomstgerichte visie die rekening houdt met de economische en ecologische uitdagingen, voortdurend dreigen achter de feiten aan te lopen, terwijl de kosten van waterzuivering voor de consument blijven stijgen.
