Geen "1 euro-maaltijden" in Roeselare

Vlaams Minister Homans (N-VA) maakte eerder deze week bekend welke steden subsidies krijgen voor het aanbieden van ‘1-euro-maaltijden’. Filiep Bouckenooghe (Groen), als Schepen van Welzijn ook bevoegd voor (kinder)armoedebestrijding, betreurt dat Roeselare niet geselecteerd werd, en zo een subsidiebedrag van maximaal 60.000, gespreid over 3 jaar, misloopt. “Als centrumstad waar 14% van de kinderen in armoede geboren worden, kwamen we m.i. zeker in aanmerking. Deze maaltijden zouden de kinderarmoedeproblematiek op zich natuurlijk niet oplossen, maar het zou een prima aanvulling kunnen zijn op het bestaande beleid dat deze stad terzake voert.”

Bij het project dat Roeselare indiende, werd er bewust voor gekozen om te werken via de bestaande structuren. Het geld kon immers beter naar voedsel gaan, dan naar het opzetten van nieuwe structuren en bijkomende personeelskosten. Daarom zouden de ‘1-euro-maaltiijden’ aangeboden worden via de schoolmaaltijd, toegespitst op de buurten aangeduid in de kansarmoedeatlas en op scholen met de meeste kwetsbare kinderen (op basis van de SES-monitoring (Socio-Economische-Status)).

“De Minister oordeelde echter dat we de extra begeleiding niet via de scholen kunnen aanbieden. Wat een onderschatting van de onderwijssector. Wij zitten trouwens al lang en structureel samen met de onderwijssector om voorstellen te formuleren ivm armoedekennisoverdracht naar de leerkrachten, onbetaalde facturen, lege boterhamdoos en doorverwijs,…in het project ‘Wonderwel’. Dit zou een schitterende aanvulling geweest zijn. En bovendien veel structureler.”

De projecten werden geselecteerd waar reeds een sociaal restaurant of een intentie tot oprichting aanwezig is. Roeselare kent echter geen sociaal restaurant in de enge zin. Maar met het Mannahuis en maaltijden in de Dienstencentra is er een volwaardig alternatief. Uit respect daarvoor koos het stadsbestuur voorlopig niet voor een bijkomend sociaal restaurant. “Trouwens, we hadden vooral schrik dat wanneer we dit aanboden in dienstencentra, we vooral aan ‘windowdressing’ zouden doen. Een goedgekeurd project, maar een beperkt resultaat, en veel middelen moeten investeren om mensen daarheen te krijgen. Wie gaat nu immers zijn attitudes en eetpatroon wijzigen alleen al omdat hun kind een ’1-euro-maaltijd’ kan krijgen? Je stuurt je kind namelijk niet in zijn eentje op restaurant.”

Schepen Bouckenooghe betreurt dat de Minister niet inziet dat een project, dat misschien succesvol was in Antwerpen, maar helaas niet structureel , niet zomaar te implementeren is in heel Vlaanderen. “Er wordt weinig ruimte gelaten voor een eigen lokale (efficiënte) aanpak. - Het feit dat Minister Homans ook bevoegd is voor Binnenlands Bestuur, maakt dit gebrek aan vertrouwen nog des te erger. - Ik zou dan ook eens willen zien, hoeveel middelen van die 1,2 miljoen euro effectief in ‘1-euro-maaltijden’ zullen geïnvesteerd worden en hoeveel in personeel, promotie en (infra)structuren. En wat na 3 jaar?”

“Wie creatief nadacht over efficiëntie en doeltreffendheid, wordt afgestraft. Een gemiste kans. Maar wees gerust. We blijven verder doen met een breed gestructureerde aanpak. Het is vooral belangrijk als lokale overheid om in te zetten op de structurele criteria die leiden tot kinderarmoede: beschikbaar inkomen, opleiding ouders, arbeidssituatie ouders, stimulatieniveau, huisvesting, gezondheid.”

Na het debat in de Gemeenteraad van afgelopen dinsdag kondigde de schepen dan ook aan om dit politiek verder uit te diepen in Commissie Persoonsgebonden.

Tags: